Leerplicht - in gesprek met leerplichtambtenaar Pierre Baudet
Wat gebeurt er eigenlijk als een leerling verzuimt naar school te gaan? Wat doet de school in zo’n geval en wat is eigenlijk de rol van de leerplichtambtenaar? Een interview met Baudet, één van de leerplichtambtenaren voor de Gemeente Hoogeveen van het Regionale Bureau “Recht Op Leren” in zuidwest Drenthe.
Tekst: Anja van Dalen
Hoe zit dat ook alweer met die leerplicht? “Een kind is volledig leerplichtig vanaf zijn vijfde verjaardag tot en met het schooljaar waarin hij/zij zestien jaar wordt. Daarna heeft een leerling tot zijn achttiende verjaardag nog wel een kwalificatieplicht.”
Kwalificatieplicht? “Dat betekent dat hij minimaal een startkwalificatie moet halen. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een mbo-diploma op minimaal niveau 2. Tijdens de kwalificatieplicht gaat een leerling elke dag naar school of kiest het voor een combinatie van leren en werken.”
Wanneer zijn ouders verantwoordelijk voor het verzuim van hun kind? “Tot de 12e verjaardag van hun kind, daarna is de leerling zelf verantwoordelijk. Ouders zijn dan nog wel medeverantwoordelijk. Dat betekent dat wanneer aangetoond kan worden dat ouders nalatig zijn geweest rondom het verzuim, ook de ouders daarop aangesproken worden.”
Hoe verloopt zo’n proces? “Meldingen van veelvuldig schoolverzuim komen binnen via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Er is sprake van veelvuldig verzuim wanneer een leerling minstens 16 lesuren afwezig is (binnen een periode van 4 achtereenvolgende lesweken). Vanaf dan zijn scholen verplicht het verzuim te melden, eerder mag natuurlijk ook. DUO zorgt er vervolgens voor dat de melding bij de juiste leerplichtambtenaar terecht komt. Ons regionaal Bureau richt zich namelijk alleen op inwoners van de gemeenten Hoogeveen, Meppel, Westerveld en De Wolden. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat een school in Hoogeveen een leerling uit Assen heeft. In dat geval komt de melding niet bij ons terecht, maar bij onze collega in Assen. Indien scholen hun verzuimregistratie niet op orde hebben, kunnen ze daarop worden aangesproken door de Onderwijsinspectie.” Welke rol speelt de school daar verder bij? “Bij een melding stellen wij een onderzoek in. We vragen school meestal een verzuimoverzicht en soms meer achtergrondinformatie. Hoe ernstig is de situatie, welke factoren spelen mee bij het verzuim en wat heeft de school zelf gedaan om de problemen op te lossen? We roepen de leerling en ouders dan op voor een gesprek. We vragen de school wel altijd de ouders te informeren over het feit dat de leerplichtambtenaar is ingeschakeld, zodat ze daar niet door worden overvallen.”
Hoe ziet dat gesprek eruit? Speelt u dan de boze politieagent? “Dat hangt af van de aard van de melding. Verzuim kan verschillende redenen hebben. Soms is het inderdaad onwelwillendheid van ouders en/of leerlingen. Dan heb je inderdaad de pet op van politieagent. Maar soms is er ook sprake van een zorgelijke thuissituatie of bijvoorbeeld een schoolfobie, leerlingen die niet naar school durven. In dit geval heb je eerder de pet op van een hulpverlener, al zijn we dat natuurlijk niet. Indien nodig kunnen we wel hulpverlening inschakelen.”
En zijn ze er dan vanaf? “Ook in het geval van een zorgelijke thuissituatie, willen we het probleem van het schoolverzuim natuurlijk wel oplossen. Dat betekent dat we afspraken maken met ouders en leerlingen om tot een oplossing te komen. Als dat betekent dat hulpverlening daarvoor noodzakelijk is, moeten de betrokkenen zich wel aan die afspraken houden.”
Werkt u veel samen met andere instanties? “Dat komt regelmatig voor. Allereerst nemen we met allerlei andere hulp- en dienstverleningsinstellingen deel aan het overleg van de ZorgAdviesTeams (ZAT’s) op de scholen. Maar het kan ook zo zijn dat we – met toestemming van de ouders – contact opnemen met bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg. Daar is bijgekomen dat hulp- en dienstverleningsinstellingen verplicht zijn om een cliënt aan te melden bij de Drentse Verwijsindex (DVI), zodat we het van elkaar weten als we met dezelfde cliënt bezig zijn. Bij de melding komt verder geen informatie te staan, dus de privacy komt niet in het geding. Maar voor alle instanties is het wel meteen duidelijk welke collega-instellingen bij de cliënt zijn betrokken. Met goedkeuring van de leerlingen en/of ouders kunnen we dan voor meer informatie wel contact opnemen met andere instanties.”
Wat heeft dat voor voordelen? “Als ouders en leerling het goed vinden, kunnen we contact opnemen met die instellingen. Zo zijn we beter in staat hun persoonlijke situatie te begrijpen en erop in te spelen. Ook hoeven zij zelf niet telkens weer hetzelfde verhaal te vertellen. Als ze er wel bezwaar tegen hebben, dan zal die instelling de informatie ook niet vrijgeven.”
Wat gebeurt er als het schoolverzuim uiteindelijk toch doorgaat? “Dan kan het zo zijn dat ouders of een leerling zich voor de rechter moeten verantwoorden. Ouders kunnen een boete krijgen, bij leerlingen is dit niet gebruikelijk. Wel kunnen ze bijvoorbeeld een taakstraf en jeugdreclassering opgelegd krijgen. Bij matig verzuim, zonder grote achterliggende problemen, kunnen we jongeren verwijzen naar Halt. Het voordeel hiervan is dat je niet in aanraking bent gekomen met justitie. Wanneer dat wel gebeurt, wordt daarvan een aantekening gemaakt in het Justitieel Documentatie Systeem. Dit is in de plaats gekomen van het 'strafblad'. Zo’n aantekening kan vervelend zijn wanneer je bijvoorbeeld een verklaring van goed gedrag nodig hebt voor een baan.”
En de scholen? “De scholen hebben ook een belangrijke taak om verzuim te voorkomen. Ten eerste moeten zij zorgen voor een aantrekkelijk onderwijsaanbod en het onderwijs zo inrichten dat verzuim ontmoedigd wordt. Denk bijvoorbeeld aan de roosters. Teveel tussenuren kunnen tot gevolg hebben dat leerlingen eerder wegblijven van school. We gaan dan ook regelmatig in gesprek met scholen om dit soort zaken te bespreken.”
Wat kunnen ze nog meer doen? “Heel belangrijk is ook dat problemen met leerlingen zo vroeg mogelijk worden gesignaleerd en vervolgens gemeld. Als wij pas in april horen dat een leerling veelvuldig afwezig is, dan is het vaak te laat. Trekken de scholen eerder aan de bel dan kunnen we de leerling bijvoorbeeld nog begeleiden naar een vervolgopleiding die start in februari. In dat licht vind ik het ook jammer dat huisbezoeken van mentoren tegenwoordig niet meer plaatsvinden. Door een goed contact met de ouders kan vaak veel doeltreffender gereageerd worden op problemen.”
Tot slot: wat maakt uw werk zo leuk? “Het werk is heel veelzijdig en kan heel onverwacht zijn. Het ene moment ben je meer politieagent en een uur daarna kun je zomaar een spoedmelding krijgen. Geen enkele situatie is hetzelfde. Daarnaast werk je aan een goed doel: het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. In de meeste gevallen komt het gelukkig ook gewoon goed.
|