De Meander - Praktijkonderwijs

 

Het Praktijkonderwijs is een richting in het regulier voortgezet onderwijs. Het leren is vooral praktisch gericht en de school begeleidt de leerlingen in de ontwikkeling naar volwassenheid. Hierbij zet de school zich in om de leerling op een niveau te brengen waarop hij/zij zo zelfstandig mogelijk kan functioneren in de samenleving. Deze zelfstandigheid heeft vier peilers: werken, wonen, vrije tijd en burgerschap.
Toelating tot het Praktijkonderwijs gaat volgens de procedure van de Regionale Verwijzingscommissie (RVC).

 

Individuele begeleiding
Het Praktijkonderwijs is een richting in het regulier voortgezet onderwijs. Het leren is vooral praktisch gericht en de school begeleidt de leerlingen in de ontwikkeling naar volwassenheid. Hierbij zet de school zich in om de leerling op een niveau te brengen waarop hij/zij zo zelfstandig mogelijk kan functioneren in de samenleving. Deze zelfstandigheid heeft vier peilers: werken, wonen, vrije tijd en burgerschap.
Toelating tot het Praktijkonderwijs gaat volgens de procedure van de Regionale Verwijzingscommissie (RVC).


In het Praktijkonderwijs van De Meander wordt in de lessen veel individuele begeleiding geboden. Het onderwijs is erop gericht aan te sluiten bij de talenten van de leerling. Deze begeleiding wordt beschreven in het Individueel Ontwikkelplan dat voor iedere leerling wordt opgesteld. De begeleiding kan bestaan uit extra aandacht bij de theorie vakken, de praktijkvakken, het bewegingsonderwijs en expressie vakken. De school heeft een zorgteam dat bestaat uit een orthopedagoog, een maatschappelijk werker, de zorgcoördinator en de teamleider. Op De Meander kan voor een leerling met spraak- en taalproblemen logopedie aangeboden worden.

Van aanbodgericht naar vraag gestuurd praktijkonderwijs
De leerlingen uit de klassen 1 en 2 krijgen alle vakken aangeboden. Het doel hiervan is om iedere leerling optimaal die vaardigheden te leren die hij/zij nodig heeft om vanaf het derde leerjaar een keuze te kunnen maken. Vanaf het derde leerjaar is het praktijkonderwijs voornamelijk vraag gestuurd en wordt steeds meer rekening gehouden met de individuele ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling. De leerling wordt in toenemende mate bij zijn/haar ontwikkeling betrokken.

Vakken
De vakken die aangeboden worden in de eerste twee leerjaren zijn:

  • Algemeen vormende vakken (AVO):  Nederlands, rekenen, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde en ICT (computerles)
  • Praktijkvakken: schilderen, houtbewerking, metaalbewerking, koken, bakken, zorg en welzijn, groen en de lessen in het huis.
  • Beeldende vakken: drama, leefstijl, tekenen, handvaardigheid en textiel.

Naast al deze vakken krijgen de leerlingen drie lessen bewegingsonderwijs in de week en lessen Rots en Water. Dit is een lesmethode die kinderen leert sociale situaties in te schatten en er vervolgens adequaat op te reageren of eraan deel te nemen. Dit wordt gedaan door middel van oefening, spel en gesprek. Rots staat in dit geval voor het bewust zijn van je eigen belangen en het daarvoor opkomen. Water staat voor het invoelend vermogen om te komen tot een oplossing die acceptabel is voor beide partijen. De technieken die worden gebruikt bij Rots en water zijn afkomstig uit de oosterse verdedigingskunst. 

Specialiseren
Vanaf het derde leerjaar kunnen leerlingen zich specialiseren in één of twee van de praktijkvakken. Er worden in het derde leerjaar meer lesuren praktijk aangeboden. In het eerste deel van het schooljaar wordt bij iedere leerling een arbeidskundig onderzoek afgenomen. De uitkomsten van het arbeidskundig onderzoek geven een advies in welke richting de school de leerling verder kan begeleiden. Een advies dat met de leerling en de ouders/verzorgers wordt besproken en van waaruit de leerling een stageplaats aangeboden krijgt gedurende de tweede helft van het schooljaar.
Veiligheidscertificaat
In het derde leerjaar wordt de leerlingen een VCA (veiligheidscertificaat) opleiding aangeboden. Bezit van dit diploma wordt door steeds meer bedrijven vereist. Vanaf het derde leerjaar kunnen leerlingen zich opgeven voor de opleidingen: Schoonmaak en Groothuishouding, Kinderopvang en Beheerder Schoolmagazijn. Het behaalde certificaat geeft geen mogelijkheid tot een MBO vervolgopleiding en/of arbeidsplaatsing. De opleidingen zijn bedoeld als leertraject en als ondersteuning bij het inzichtelijk leren werken.

AKA-diploma
In het vierde en vijfde leerjaar volgen de leerlingen de lessen uit de methode Kr8 (kracht). Door middel van het werken en leren uit deze methode kunnen leerlingen hun AKA diploma behalen. Het AKA diploma (arbeidsmarkt kwalificerend assistent) is een MBO niveau 1 diploma dat een eventuele vervolgstudie MBO niveau 2 mogelijk maakt. MBO niveau 2 is er onder andere voor winkel, horeca, keuken, bouw, metaal, groenvoorziening, verzorging en autotechniek. Niet alle leerlingen gaan uiteindelijk op voor het behalen van het AKA diploma. De methode Kr8 is ook voor leerlingen die niet het AKA diploma kunnen behalen een goede leermethode om zich te ontwikkelen in de domeinen werken, wonen, vrije tijd en burgerschap.
In het vierde leerjaar lopen de leerlingen twee tot drie dagen stage per week. In het vijfde leerjaar wordt in overleg met de leerling en de ouders/verzorgers bepaald hoeveel dagen in de week de leerling stage zal lopen.

Naschoolse begeleiding
Elke leerling die van school gaat krijgt één jaar naschoolse begeleiding. Vier maal per jaar is er contact tussen de school en de leerling en er zijn terugkomdagen in het na- en voorjaar. Als een leerling werkt, wordt ook de werkgever bij de begeleiding betrokken.

De leerlingen volgen de lessen op locatie De Meander en een aantal praktijkvakken op locatie Harm Smeenge. De lessen wonen vinden plaats in de echt huis.